Nederlands parlement worstelt met invloed van en op 'Brussel'
| Algemeen - Algemeen |
Maartje Bakker
De Eerste en de Tweede Kamer maken zich zorgen over hun vermogen om wetsvoorstellen uit Europa te beoordelen. Vooral de Eerste Kamer vindt dat ze slecht en te langzaam wordt geïnformeerd door de regering, en dat haar kritiek te vrijblijvend terzijde wordt geschoven. De Tweede Kamer wil strategischer gaan werken om haar invloed in Europa te vergroten.
Dat blijkt uit twee onderzoeken, die de Eerste en de Tweede Kamer onafhankelijk van elkaar hielden. De twee Kamers hebben in de Europese Unie dezelfde mogelijkheden om bezwaar te maken tegen regels en besluiten.
Vooral de Eerste Kamer is erg kritisch over het eigen functioneren. 'Het onderhandelen over wetten in Brussel is voor ons een schimmig proces. We hebben er weinig zicht op', zegt Tineke Strik (GroenLinks). Zij is voorzitter van de commissie Europese Zaken in de Eerste Kamer en leidde de evaluatie. 'Onze invloed loopt vooral via ministers, maar het lijkt wel of die ons aan het testen zijn. Ze houden ons nauwelijks op de hoogte van wat ze doen, of sturen de informatie die wij willen veel te laat. Je kunt je afvragen of de standpunten die de regering in Europa inneemt wel democratisch gelegitimeerd zijn.'
Ook Tiny Kox, voor de SP lid van de Eerste Kamer, ziet met lede ogen aan hoe weinig greep de senaat heeft op Europese wetsvoorstellen. 'We doen ons best om het te behappen, maar dat lukt ons als deeltijdpolitici niet. Bovendien heeft wat we doen geen effect. Niet alleen het overleg met de regering loopt niet, ook de Europese Commissie trekt zich weinig van ons aan. Dan krijgen we een brief terug uit Brussel: fijn dat u meedenkt, maar we doen niets met uw opmerkingen.'
Er zit niets anders op, zegt Tineke Strik, dan minder geduld te hebben met de regering. 'Tot nu toe overleggen we bijna alleen maar per brief met de ministers, maar we moeten de bewindslieden vaker in de Eerste Kamer gaan ontbieden. En wat misschien ook helpt: als de nieuwe Eerste Kamer straks aantreedt, moeten de leden een cursus krijgen over hoe ze Europees beleid kunnen beïnvloeden.'
De Tweede Kamer laat eveneens steken vallen in Europa. Harry van Bommel (SP, ondervoorzitter commissie Europese Zaken): 'De Europese Unie krijgt steeds meer zeggenschap. En ook al heeft de Tweede Kamer inmiddels meer vat op wat uit Brussel komt, toch moeten we ons nog intensiever gaan bemoeien met Europees beleid. Op alle fronten moeten we een tandje bijzetten.'
In de evaluatie van Tweede Kamerleden Han ten Broeke (VVD) en Gerard Schouw (D66) is te lezen hoe de Tweede Kamer Europa dichter op de huid kan gaan zitten. 'We moeten strategischer gaan denken', zegt Ten Broeke. 'Je kunt wel een drama maken van alles waar Nederland het niet mee eens is, maar de kans is groot dat andere landen dan niet steeds bereid zijn om tegemoet te komen aan de Nederlandse wensen. De regering kan beter kiezen voor een paar dingen die ze echt wil bereiken. Dit kabinet kiest voor het verminderen van de afdracht aan Europa, een begroting waarop minder geld naar landbouw gaat en meer naar natuur en milieu, en voor asiel- en migratiemaatregelen.'
Niet alleen de Tweede Kamer zelf, ook Jan Nico van Overbeeke, die het parlement vertegenwoordigt in Brussel, ziet dat de Tweede Kamer niet alles doet wat in haar macht ligt om het Europese beleid in Nederlandse richting bij te sturen. 'De Tweede Kamer heeft nog een behoorlijk grote blinde vlek', zegt hij. 'Als er een nieuw voorstel komt van de Commissie, mag het parlement bezwaar maken als het gaat over iets dat niet op Europees, maar op nationaal niveau zou moeten worden geregeld. Pas een hele tijd later, als de minister in zijn Raad gaat onderhandelen over een wetsvoorstel, komt de Kamer weer in beeld, om het met de minister te hebben over wat hij gaat zeggen in Europa. Maar daartussenin wordt er achter de schermen heel veel aan het voorstel geschaafd. In die fase zou de invloed van het parlement groter kunnen zijn.'
Een uitzondering zijn de wetsvoorstellen waarbij de Kamer een behandelvoorbehoud plaatst. Dat wil zeggen dat er een Kamerdebat moet worden gehouden voordat de regering mag instemmen met het voorstel. Ze moet de Kamer dan voortdurend blijven informeren.
Daarnaast delven Europese onderwerpen toch nog vaak het onderspit in de haast van alledag. Hoewel er schattingen zijn dat de helft van de wetten uit Europa komt, gaat nog geen tiende van de vergaderingen erover. Dat komt doordat scoren met Europa moeilijker dan is met nationale wetten, denkt Van Overbeeke, die zichzelf het 'Nederlandse oog en oor in Europa' noemt. 'Zo lang Europa geen onderdeel is van de dagelijkse nieuwsgaring van ieder parlementslid, is de ambtelijke ondersteuning nodig om parlementariërs erbij te betrekken. Om te zeggen: let op, Europa is er ook nog.'
Al met al behoort Nederland tot de middenmoot, als je de invloed die parlementen hebben op het EU-beleid op een rij zet, ziet uitkijkpost Van Overbeeke. 'In Denemarken en Finland overleggen de ministers en het parlement veel intensiever met elkaar over de strategie die moet worden gevolgd in Europa. Iedere week is er een vergadering, waarin de minister precies te horen krijgt wat hij wel en niet mag zeggen in Europa. Bij de Denen komt dat doordat er een minderheidskabinet zit. De minister is bang dat als hij terugkomt zonder eerst met het parlement te overleggen, hij een probleem heeft.'
Dat Nederland nu tot de middenmoot behoort, is overigens al een redelijk succes. Vooral de Tweede Kamer klopt zich op de borst dat ze nu veel alerter is dan voordat de Nederlandse bevolking in 2005 de Europese grondwet wegstemde. Han ten Broeke: 'We zijn wakker geworden uit de diepe slaap waarin Nederland veertig jaar verkeerde, doordat politici hier zo kritiekloos enthousiast over Europa waren. Vóór het referendum werd een groot deel van de wetgeving ongezien aangenomen - iets wat voor Nederlandse wetten ondenkbaar is. De tijd waarin dat kon, is nu echt voorbij. We zijn nu een stuk assertiever.'
Hoe het mis kan gaan: Zes voorbeelden eerste en Tweede kamer voelen zich geregeld buiten spel gezet
Visa voor Bosniërs en Albanezen
Minister Leers stemde in Europa in met het afschaffen van de visumplicht voor Albanezen en Bosniërs. Bij het overleg voordat Leers naar Brussel vertrok, was een aantal fracties, waaronder de PVV, er niet bij. Bij Leers' terugkomst maakte de PVV stampij van het standpunt dat Leers had ingenomen. Maar ja, toen was het te laat.
(Han ten Broeke, Tweede Kamerlid VVD)
Afschaffing studentenvisum
Met het afschaffen van de visumplicht voor Albanezen en Bosniërs was al eerder iets mis gegaan. Maxime Verhagen mocht in zijn tijd als minister van Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer instemmen met de afschaffing van een visum voor studenten uit die landen. Maar Verhagen nam niet alleen de vinger, maar de hele hand: hij had zonder medeweten van de Kamer toegestaan dat alle Albanezen en Bosniërs voortaan vrij de EU binnen mochten reizen.
(Han ten Broeke)
Bewaarperiode telecomgegevens
Zowel de Eerste als de Tweede Kamer was tegen de plicht om telecomgegevens te bewaren, en zeker gedurende een periode van jaren. Toch stemde de regering ermee in. Bij het inbouwen van de Europese richtlijn in de Nederlandse wet probeerden de Eerste en de Tweede de bewaarperiode dus alsnog in te korten. Dat lukte, maar niet verder dan de ondergrens van een half jaar die de EU had vastgesteld.
(Tineke Strik)
Komst van 'slimme energiemeters'
De regering zegt geregeld dat iets moet van Europa, terwijl dat niet zo is. Zoals bij de slimme energiemeter voor iedereen. Die zou kunnen zien wie wanneer hoeveel energie verbruikte. De richtlijn was bedoeld om in Oost-Europese huishoudens een energiemeter te laten installeren. Dat wist de Eerste Kamer niet: die was niet betrokken bij totstandkoming.
(Tineke Strik)
Gevangenhouding van asielzoekers
Er werden Europese afspraken gemaakt over hoe lang uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen gevangen gezet mochten worden. De regering liet na de Eerste Kamer hierover te informeren. Pas toen de afspraken in Europa rond waren, hoorde de Eerste Kamer ervan. De regering had de Kamer er doelbewust buiten gehouden.
(Tineke Strik, Eerste Kamerlid GroenLinks)
Uitwisseling persoonsgegevens
Bij het uitwisselen van persoonsgegevens tussen de VS en de EU onthield de Nederlandse regering de Eerste Kamer informatie over het standpunt van minister Opstelten. Hoe vaak de senaat hem er ook naar vroeg, er kwam geen antwoord. De Eerste Kamer kwam Opsteltens standpunt pas op het spoor door een maatschappelijke organisatie die over de stukken beschikte. Tot dan had ze geen invloed op het regeringsstandpunt.
(Tineke Strik)